Periodieke rapportage Jonggehandicapten openbaar
Hoe gaat het met de bijna 250.000 mensen met een Wajong-uitkering? En helpt de regeling hen om aan het werk te gaan, als dat kan? Dat onderzochten wij samen met Verwonderzoek. Op 16 oktober 2026 stuurde minister Aartsen (Werk en Participatie) ons rapport naar de Tweede Kamer, samen met de kabinetsreactie.
De Wajong is er voor mensen die op jonge leeftijd een ziekte of beperking kregen. Wij brachten al het onderzoek over de periode 2016–2024 samen en evalueerden meteen de Wet vereenvoudiging Wajong. Twee adviesraden dachten mee: een groep belangenbehartigers en zes ervaringsdeskundigen met (een kind met) een Wajong. Daarom is er ook een samenvatting in begrijpelijke taal toegevoegd aan het rapport.
Een veilige haven
De uitkering doet wat ze moet doen. Mensen ervaren de Wajong als een stevige basis: als werk of studie niet lukt, staat iemand met een Wajong niet met lege handen. Ook de hulp van UWV bij werk lijkt te helpen, al is dat niet hard te bewijzen. Steeds meer mensen met een Wajong werken bij een gewone werkgever, en vaker met een vast contract. Wel is de uitkering niet hoog, terwijl veel jonggehandicapten extra zorgkosten hebben. De beoordeling wie toegang krijgt tot de Wajong is in tien jaar nooit geëvalueerd.
Zekerheid werkt beter dan een prikkel
De belangrijkste les gaat over geld als stok achter de deur. In 2018 ging de uitkering voor mensen die kunnen werken omlaag, van 75 naar 70 procent van het minimumloon. Mensen gingen daardoor niet meer werken; ze hielden simpelweg minder over. De Wet vereenvoudiging Wajong leidde wel tot meer studerenden, maar niet tot meer werkenden. Gezondheid, een passende werkplek en vooral weten waar je financieel aan toe bent zijn belangrijke drijfveren om de stap naar werk te zetten. Wie wil gaan werken, moet kunnen overzien wat dat betekent voor uitkering, toeslagen en zorgkosten. Nu is dat vaak een puzzel.
Zes aanbevelingen, en wat het kabinet ermee doet
Hierna volgt een overzicht van onze aanbevelingen en wat het kabinet ermee doet.
- Evalueer de toegang tot de Wajong. Het kabinet neemt een evaluatie van de beoordelingsmethode op in de planning, inclusief de ervaringen van beoordelaars en beoordeelden.
- Maak duidelijk waar de inkomensondersteuning voor is. Het kabinet blijft het sociaal minimum als basis zien, maar erkent de extra kosten van jonggehandicapten. Proactieve dienstverlening moet zorgen dat mensen krijgen waar ze recht op hebben.
- Maak het stelsel eenvoudiger, ook buiten de Wajong. Via de Hervormingsagenda inkomensondersteuning wil het kabinet onder meer de toeslagen hervormen. Binnen de Wajong vervangt loonkostensubsidie de ingewikkelde loondispensatie: wie werkt, verdient dan minstens het minimumloon.
- Onderzoek hoe het jonggehandicapten in de Participatiewet vergaat. Daar komt het kabinet op terug in de periodieke rapportage Bijstand & Participatie, die in 2027 verschijnt.
- Kijk breder dan betaald werk. Werk blijft het uitgangspunt; voor vrijwilligerswerk of dagbesteding verwijst UWV naar de gemeente. Wel test UWV een nieuwe aanpak voor mensen die vastlopen.
- Heroverweeg de rol van financiële prikkels. Het kabinet herkent deze bevinding en legt de nadruk meer op werkgevers, onder meer met een nieuwe banenafspraak.
Mirjam Engelen
E: mirjam@beleidsonderzoekers.nl
T: 06 26 50 86 03
LI: Mirjam


