Loont werken vanuit de bijstand?
Eén van de ambities van het kabinet is dat het voor mensen aantrekkelijker en makkelijker wordt om vanuit de Participatiewet te gaan werken. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzochten wij in hoeverre het nodig is om binnen de herziening van de Participatiewet maatregelen te treffen die werken vanuit en naast de bijstand lonender maken. Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie, interviews met twaalf professionals bij de gemeenten Groningen, Delft en Amsterdam, en een raadpleging van ruim twintig ervaringsdeskundigen.
Eind december 2024 ontvingen bijna 406 duizend mensen een bijstandsuitkering. Een belangrijke nuance vooraf: slechts ongeveer een kwart van deze groep is direct in staat om (meer) te werken. De rest wordt belemmerd door gezondheidsproblemen, zorgtaken, een instabiele thuissituatie of een zwakke arbeidsmarktpositie. Voor die grote groep hebben maatregelen om werken financieel aantrekkelijker te maken geen effect. Het onderzoek richt zich daarom op het zogeheten onbenut arbeidspotentieel — de mensen die wél (meer) zouden kunnen werken.
Werken loont, maar pas vanaf voldoende uren
Wanneer we al het beschikbare materiaal bij elkaar leggen, wordt duidelijk dat werken voor alleenstaanden vanaf ongeveer 28 uur per week (bij minimumloon) doorgaans duidelijk financieel voordeel oplevert ten opzichte van de bijstand. Voor samenwonenden ligt dit punt rond de 36 uur per week; als beide partners gaan werken, gaan zij er vaak aanzienlijk op vooruit. Voor jongeren tot 27 jaar loont werken vrijwel altijd. Het financiële voordeel is het meest onzeker rond het punt waarop iemand uit werk ongeveer evenveel verdient als vanuit de uitkering.
Complexiteit en onzekerheid als belangrijkste drempels
Door de veelheid aan toeslagen, heffingskortingen, vrijlatingsregelingen en gemeentelijke regelingen, die sterk afhangen van de persoonlijke situatie, is het voor de meeste bijstandsgerechtigden vrijwel onmogelijk om te overzien wat (meer) werken doet met hun besteedbaar inkomen. Daarbij speelt de angst voor terugvorderingen en het wegvallen van toeslagen een grote rol. Ook niet-financiële factoren zijn belangrijk: goede persoonlijke begeleiding, een stapsgewijze opbouw van uren en het vertrouwen dat terugkeer naar de uitkering mogelijk is, helpen mensen om de stap te zetten.
Oplossingsrichtingen
De mogelijke oplossingen richten zich op twee doelen: het verminderen van onzekerheid en angst, en het verlagen van de marginale druk. Werken vanuit de bijstand blijft complex en vraagt om maatwerk — maar de combinatie van goede begeleiding, financiële coaching, minder terugvorderingen en eenvoudiger regelingen biedt de meeste kans om de overstap naar werk haalbaar en lonend te maken voor wie dat kan.
Sonja van der Kemp
E: sonja@beleidsonderzoekers.nl
T: 06 11 41 95 16
LI: Sonja


