BOVAG en vakbonden aan de slag met uitkomsten cao-onderzoek
“Ik vind het een nobel vak, wij houden de maatschappij draaiende”. Dit citaat van een werknemer typeert de mensen die in de mobiliteitsbranche werken. Tegelijkertijd hebben veel bedrijven last van de krapte op de arbeidsmarkt. Dit vormde aanleiding voor cao-partijen om onderzoek te doen naar de aantrekkelijkheid van de mobiliteitsbranche. Wat blijkt? Het probleem zit niet zozeer in instroom, maar in het behoud van personeel. En de sleutel om het tij te keren zit in het bevorderen van wederzijds begrip.
Om de aantrekkelijkheid in kaart te brengen, combineerden De Beleidsonderzoekers in opdracht van de Bedrijfsraad voor het Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf twee sporen. Drie grootschalige enquêtes — onder 664 werkgevers, 3.460 werknemers en 1.147 ex-werknemers — gaven een eerste beeld van de beelden en gevoelens die in de branche leven. Dat beeld is vervolgens verdiept in focusgroepen met werkgevers en werknemers, waarin op interactieve wijze het gesprek werd gevoerd over hoe zij het werk ervaren.
Uit het onderzoek komt sterk naar voren dat de mobiliteitsbranche mensen aantrekt die intrinsiek gemotiveerd zijn en veel liefde voor hun vak hebben. Deze liefde blijft vaak een carrière lang bestaan. Maar diezelfde trotse medewerkers ervaren dat de buitenwereld hun vak onvoldoende waardeert. Deze kloof tussen trots en ervaren waardering vormt de kern van het probleem. Dit gevoel van onderwaardering uit zich in frustraties over de hoge werkdruk, teleurstelling over de manier waarop leidinggevenden met hen omgaan en ontevredenheid over het salaris.
Een rode draad die in het onderzoek steeds terugkwam is dat werkgevers en werknemers verschillend kijken naar de oorzaken van knelpunten. Werkgevers zien vooral het gebrek aan instroom als probleem en wijzen naar externe factoren als ontwikkelingen in de branche, of de kwaliteit van het onderwijs. Werknemers ervaren de gevolgen hiervan in hun dagelijkse werk. Zolang werkgevers en werknemers langs elkaar heen praten over dit soort kwesties, blijven structurele problemen liggen. Juist daarom is wederzijds begrip essentieel.
Problemen rond behoud kunnen elkaar versterken in een negatieve spiraal. Onderbezetting leidt tot een hogere werkdruk. Door de hoge werkdruk is er minder tijd en ruimte om nieuwe medewerkers op te leiden en in te werken, met als gevolg dat BBL’ers en starters gefrustreerd raken en eerder vertrekken. Deze negatieve spiraal heeft niet alleen invloed op de productiviteit, maar ook op de werksfeer. Door onderbezetting blijft er minder ruimte voor de informele contacten en rituelen die passen bij een familiecultuur. En juist die familiecultuur is iets wat veel werkgevers en werknemers trots maakt.
De mobiliteitsbranche heeft sterke troeven: trotse, gemotiveerde werknemers die energie halen uit het helpen van klanten en het oplossen van technische uitdagingen. Tegelijkertijd ervaart een aanzienlijk deel van hen onvoldoende waardering. Die kloof tussen trots en ervaren waardering verdient aandacht van cao-partijen, werkgevers én de branche als geheel. Het onderzoek biedt daardoor een aantal aanknopingspunten. BOVAG en de vakbonden hebben aangegeven het rapport als gedeeld vertrekpunt te zien en zich te willen richten op het moderniseren van de mobiliteitsbranche. Dit doen zijn door het versterken van het gesprek op de werkvloer, het vergroten van wederzijds begrip en door waardering zichtbaarder te maken. Daarmee willen de cao-partijen bijdragen aan een aantrekkelijke branche, zowel voor instromers nu, als voor mensen die jarenlang in de branche met plezier blijven werken.
Lennart de Ruig
E: lennart@beleidsonderzoekers.nl
T: 06 48 31 3567
LI: Lennart


